|
Boek van Jan aan de Stegge: "Wij hebben er tabak van! Een boek over opgelucht adem halen" (1986, ISBN 90-9001189-7). Bijgaand de pagina's 9 t/m 11 van het 128-pagina's tellende zelfhulpboek, met een persoonlijke noot van de auteur.
Hoe een verwoed roker met roken stoptevraaggesprek met de samensteller van het boek Wie is de man die dit boek wil uitbrengen? Wat bracht hem ertoe, anderen te waarschuwen voor het roken? Twee leden van de redactie ondervroegen Jan aan de Stegge.
Hoe oud ben je en heb je zelf gerookt? Ik ben ruim achtenvijftig jaar oud en ik ben al vroeg begonnen met roken. Ik was een broekje van twaalf jaar toen ik mijn eerste sigaret opstak. Toen de oorlog uitbrak was ik dertien jaar en het gebrek aan rookartikelen werd algemeen als een ramp ervaren. Hoewel veel mensen zo arm waren als de mieren, tabak moest er zijn. Men was verslaafd, al noemde niemand het zo. Daarom waren de mensen blij met eigenteelt-tabak die in Twente volop verbouwd werd. Maar toen we bevrijd waren, stapten we gauw over op Amerikaanse en Engelse sigaretten. Later ging je toch wel nadenken? Nou nee, dat heeft wel een tijdje geduurd. Je moet niet vergeten, dat roken er vroeger gewoon bijhoorde. De spreuk `Het is geen man die niet roken kan' is al heel oud en die heeft wel goud opgebracht: omstreeks 1960 rookte grofweg 90% van alle Nederlandse mannen. In die tijd werkte ik als vertegenwoordiger. Waar ik kwam rookte ik mee, ik kreeg rookwaren en bood ze aan. Al rokend deed ik zaken en dat was bij anderen ook zo. Toch kreeg ik eens een duidelijk signaal en daar ben ik de bewuste man nog dankbaar voor. Ik woog toen ongeveer vijfenzestig kilo en was 1.80 m. lang. Een klant vertelde me, dat hij met roken gestopt was en dat ik ook maar moest uitkijken. Ik was veel te mager, zei hij en dat kwam omdat ik stevig rookte. Toen ik hem min of meer uitlachte, was hij lichtelijk geïrriteerd, maar hij gaf me toch het advies, een jaar niet te roken, dan zou ik aan den lijve ondervinden wat hij bedoelde. Terwijl ik naar huis reed waren m’n hersens toch wel in beweging en ik kwam tot de conclusie, dat de man wel eens gelijk kon hebben. Maar dan moest ik ook consequent zijn en ik smeet twee pakjes sigaretten en een doos sigaren uit mijn volkswagentje. Toen ik thuis kwam zei ik: ‘Ik rook niet meer.’ Maar zo erg was het toch niet met je gesteld? Achteraf gezien toch wel. Behalve dat ik veel te licht was, had ik ’s morgens vreselijke hoestbuien. Maar nu gebeurde het wonderlijke: na een korte tijd hoestte ik helemaal niet meer. Mijn eetlust werd veel beter. Ik kwam op een gewicht van 75 kg en dat paste veel beter bij mijn lengte. Heel nadrukkelijk wil ik verband leggen tussen roken en de eetlust van de mens. Door het roken heb je minder behoefte aan eten en je hebt er ook niet de goede smaak van. Maar ik kon nu heerlijk tafelen. Alle reden dus om tevreden te zijn? Meer dan dat. Ik was een beetje trots op mezelf. De mensen zeiden vaak tegen me dat ik er zo goed uit zag. Waarop ik dan altijd antwoordde: ‘Ja, ik rook niet meer.’ Naast deze lichamelijke aspecten kreeg ik dus een enorme kick dat ik mezelf overwonnen had en niet meer afhankelijk was van nicotine. Ik voelde me fitter dan ooit. Alles bij elkaar was het een grandioze ervaring, voor de eerste keer met roken gestopt te zijn. Ook had ik in dat jaar voor ongeveer f 1500,- uitgespaard door zelf geen rookwaren meer te kopen, ook niet om aan anderen te presenteren zoals in mijn werk gebruikelijk was. En dit was jouw verhaal? Was het maar waar. Na het eerste jaar niet roken stak ik op een zaterdagavond weer een sigaret op. Ik nam me voor om – net als mijn buurman – maximaal één pakje sigaretten per week te roken. Maar na een maand rookte ik 30 à 40 sigaretten per dag. Het was met mij zoals bij veel andere mensen: als je in je oude fout vervalt ga je juist nog meer en fanatieker roken. Mijn oude levenspatroon kwam weer terug, ik voelde me minder fit, mijn eetlust nam af, het hoesten werd weer erger, kortom, een heel onprettige ervaring. Maar je liet het er niet bij zitten? Hoewel ik goed merkte wat de consequenties waren van het roken kon ik niet ophouden. Uiteraard ondernam ik meerdere pogingen om weer te stoppen, maar steeds ging ik weer door de knieën. Een heel jaar lang rookte ik veel. Ik kreeg klachten over mijn gezondheid. Tijdens de zoveelste poging om ermee op te houden, ging ik na een week toch weer op een avond de deur uit naar een automaat en haalde daar twee pakjes sigaretten. Bij de achterdeur van mijn huis werd ik toen erg kwaad op mezelf en dacht: ‘Wat ben ik toch een slappeling. Ik wil niet roken en toch laat ik me steeds weer verleiden om eraan te beginnen.’ Woedend gooide ik de juist gekochte volle pakjes sigaretten over het hek in buurmans tuin. Was je nu genezen van je kwaal? Ik had er nu echt goed tabak van. Gelukkig kwamen dezelfde positieve ervaringen terug: niet meer hoesten, een betere eetlust, een heerlijk fit gevoel. Je was weer baas over jezelf, was niet meer verslaafd aan de tabak en hoefde niet steeds naar de automaat te sluipen, je kon nu zeggen: ‘Nee, dank u, ik rook niet meer.’ Het is nu twee en twintig jaar geleden dat ik voor de tweede en voor mij de laatste keer stopte met roken. Ik weet zeker dat ik de tabak nooit meer zal aanraken. Ik moet ook zeggen dat ik geleerd heb van de sterfgevallen om mij heen. Rokers die ik goed kende stierven aan longkanker en waren een waarschuwing voor mij. Hoe verging het je verder? Twee jaar na deze gebeurtenis ben ik op 38-jarige leeftijd een eigen bedrijf begonnen. Bij een gezond bedrijf hoort een gezonde baas en omdat ik me fit voelde durfde ik het aan, ik dacht dankzij het afzien van roken. Ik heb over de rand van de afgrond heen gekeken, maar heb het overleefd. Ik vond het mijn plicht, ook anderen te waarschuwen, vooral de jeugd. Ik richtte De Stichting Anti-Rookplan voor de Jeugd op, en zo bereikte ik duizenden mensen … Over de manier waarop je anderen, vooral de jeugd van het roken wilde afhouden lezen we op blz. 123: Hoe een verwoed ex-roker het roken door de jeugd wilde voorkomen. |