| Woordenboekje |
|
|
Uitleg van gebruikte begrippen, in alfabetische volgorde. Geestelijke dochter / klöpke (Twents): ongehuwde katholieke vrouw, die tijdens de reformatie bij buurtgenoten aan de deur klopte om hen op te roepen voor een geheime katholieke kerkdienst. Een klöpke woonde alleen in een kamer of eigen huis: een klöpkeshoes. Elders in Nederland werd het woord klopje of geestelijk dochter gebruikt. Lees meer ... Oudhuis / woondershuis: kleinere woning van oudere mensen die daarvoor eigenaar waren van een groot erf. Het oud- of woonderhuis werd genoemd naar het grote erf. Een voorbeeld is het oudhuis oude Deperink dat bewoont werd door de vroegere eigenaar van erve Deperink. Bij vertrek of overlijden bleef het oudhuis vaak de oorspronkelijke naam houden - zoals oude Deperink in het voorbeeld. Klöpke: zie geestelijk dochter. Parenteel: overzicht van alle mannelijke en vrouwelijke nakomelingen van een persoon. Lees meer ... Pos / possel / posselbuske: twentse naam voor gagel, een struikgewas dat groeit op vochtige grond. Lees meer ... Stamreeks: overzicht van alle mannelijke voorouders van een persoon. Lees meer ... |
| < Vorige | Volgende > |
|---|
